Pensioenbegrippen

 

 

[A]

Actuaris

Persoon die op basis van wiskundige berekeningen pensioenfondsen adviseert, bijvoorbeeld over de hoogte van de pensioenpremie.

 

AFM

Autoriteit Financiële Markten. De instelling die samen met De Nederlandsche Bank (zie DNB) toezicht houdt op Nederlandse pensioenfondsen.

 

AOW

De Algemene Ouderdomswet. Deze wet voorziet in een basispensioen (‘de AOW’) voor iedereen die in Nederland heeft gewoond en/of gewerkt. Op dit moment is voor de meeste mensen de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden.

 

Aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkering

Dit is een aanvulling op de WIA-uitkering van de overheid. De aanvulling wordt berekend over het deel van het salaris dat boven de maximum WIA-inkomensgrens ligt (€ 55.927 bruto op jaarbasis in 2019) (zie arbeidsongeschiktheid).

 

Afkoop klein pensioen

Met ingang van 2019 kan een pensioenfonds kleine pensioenen van € 2 tot € 484,09 bruto niet meer afkopen. Als je van baan verandert gaat zo’n klein pensioen automatisch over naar je volgende pensioenuitvoerder. Pensioenen onder € 2 komen te vervallen. Je leest meer over waardeoverdracht in onze Pensioen 1-2-3.

 

Anw

Algemene nabestaandenwet. Volwassenen van wie de (huwelijks)partner is overleden, hebben onder bepaalde omstandigheden dankzij deze wet recht op een uitkering. Ook wezen komen in aanmerking voor een uitkering.

 

Anw-hiaatverzekering

In veel gevallen heeft je partner géén recht op een (volledige) Anw-uitkering. Daarom kun je voor je partner vrijwillig een Anw-hiaatverzekering afsluiten. Het verzekerde bedrag is per 1 januari 2019 maximaal € 15.496 per jaar. Als je tijdens je dienstverband overlijdt en je had deze verzekering afgesloten, ontvangt je partner dit bedrag naast het partnerpensioen. De uitkering stopt zodra je partner de AOW-leeftijd bereikt of zelf ook eerder overlijdt.

 

Arbeidsongeschiktheid

Door bijvoorbeeld ziekte of een ongeluk kun je in een situatie terechtkomen dat je enige tijd niet of minder kunt werken. Je bent dan (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt. De eerste 24 maanden is Makro verantwoordelijk voor je inkomen; de pensioenopbouw loopt ook gewoon door. Als je langdurig minimaal 35% arbeidsongeschikt bent en een WIA-uitkering ontvangt, wordt de opbouw van je pensioen - op basis van het arbeidsongeschiktheidspercentage - voortgezet.

 

 

[B]

 

Beleidsdekkingsgraad

De dekkingsgraad geeft aan of een pensioenfonds genoeg geld heeft om de tot nu toe opgebouwde pensioenen nu en in de toekomst te kunnen betalen. De beleidsdekkingsgraad is (net als actuele dekkingsgraad) gelijk aan de waarde van het vermogen gedeeld door de waarde van de pensioenverplichtingen van een pensioenfonds. Bij een beleidsdekkingsgraad van bijvoorbeeld 119% staat tegenover elke €100 die een fonds moet uitbetalen aan gepensioneerden, €119 aan vermogen. In het algemeen geldt: hoe hoger de dekkingsgraad, hoe beter een pensioenfonds er financieel voorstaat.

 

Bereikbaar pensioen

Het pensioen dat je kunt behalen als je tot de pensioengerechtigde leeftijd aan de pensioenregeling blijft deelnemen.

 

Bijzonder partnerpensioen

Losgekoppeld deel van het partnerpensioen dat kan ontstaan als gevolg van een (echt)scheiding.

 

[D]

 

DNB

De Nederlandsche Bank. Instantie die toezicht houdt op Nederlandse pensioenfondsen en verzekeraars.

 

Deelnemer

Deelnemer van de pensioenregeling van Stichting Metro Pensioenfonds ben je zodra je werkgever je heeft aangemeld bij het pensioenfonds.

 

Deelnemersbijdrage

Zie eigen bijdrage.

 

Deeltijdpensioen

Vanaf je 58ste tot uiterlijk 5 jaar nadat je je AOW-leeftijd hebt bereikt, kun je met deeltijdpensioen gaan. Je stopt dan gedeeltelijk met werken en krijgt voor dat deel een pensioenuitkering op basis van je levenslange ouderdomspensioen. Je werkgever moet wel schriftelijk akkoord gaan en je moet dit minimaal zes maanden van tevoren bij het Pensioenfonds melden. Voor het deel van de tijd dat je niet meer werkt, bouw je ook geen pensioen op.

 

Dekkingsgraad

De dekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen het vermogen en de (toekomstige) verplichtingen van het pensioenfonds. In het algemeen geldt: hoe hoger de dekkingsgraad, hoe beter een pensioenfonds er financieel voorstaat.

 

Zie ook beleidsdekkingsgraad

 

[E]

Eigen bijdrage

De eigen bijdrage noemen we ook wel deelnemersbijdrage of werknemersbijdrage. Het betreft dat deel van de pensioenkosten die je zelf betaalt voor de pensioenregeling.

 

De pensioenregeling van Makro kent ook een eigen bijdrage. Je eigen bijdrage houdt Makro maandelijks op je salaris in.

 

[F]

Factor A

De ‘A’ staat voor de aanwas van het levenslange ouderdomspensioen in een bepaald jaar. Met behulp van deze factor kun je een berekening laten maken van je zogenaamde jaarruimte.

 

Fictieve dienstjaren

Dit zijn de jaren tussen het moment van overlijden en de standaardpensioendatum. De fictieve dienstjaren zijn van belang bij de berekening van het partner- en/of wezenpensioen in het geval je overlijdt voordat je met pensioen gaat.

 

Financieel Toetsingskader (FTK)

Het FTK is het onderdeel van de Pensioenwet waarin de wettelijke financiële eisen aan pensioenfondsen zijn vastgelegd. Het is opgebouwd rond de principes van marktwaardering, risicogebaseerde financiële eisen en transparantie.

 

Fiscale ruimte

Het bedrag dat je nog met gunstige belastingvoorwaarden voor pensioenopbouw kunt gebruiken. De fiscale ruimte is eigenlijke de jaarruimte van de afgelopen jaren bij elkaar opgeteld.

 

Franchise

Het deel van het salaris waarover je geen pensioen opbouwt, omdat de AOW daar al in voorziet. Over je pensioengevend salaris min de franchise bouw je bij het Metro Pensioenfonds pensioen op.

 

[G]

Gedeeltelijk arbeidsongeschikt

De mate van arbeidsongeschiktheid is bepalend voor het percentage van de WIA-uitkering.

 

Gepensioneerde

De officiële pensioenleeftijd bij Makro is 68 jaar. Wel gaat Makro ervan uit dat je op je AOW-leeftijd ook stopt met werken. Je mag in overleg met je werkgever ook éérder of láter met pensioen. Zodra je met pensioen gaat, ben je een gepensioneerde. De opbouw van je pensioen stopt; je ontvangt iedere maand een ouderdomspensioen en - vanaf je AOW-leeftijd - een AOW-uitkering van de overheid.

 

Geregistreerd partnerschap

Op 1 januari 1998 is de Wet geregistreerd partnerschap in werking getreden. Geregistreerd partnerschap staat gelijk aan het huwelijk. Geregistreerd partnerschap regel je bij de burgerlijke stand van de gemeente waar je woont.

 

Gewezen deelnemer

Gewezen deelnemers zijn werknemers die uit dienst zijn (ontslagen of van baan veranderd), maar die hun pensioenaanspraken hebben achtergelaten bij het Pensioenfonds. Een arbeidsongeschikte gewezen deelnemer kan nog wel pensioen opbouwen voor het arbeidsongeschikte deel.

 

Gewezen partner

Een gewezen partner is een ex-partner van de (ex-)deelnemer.

 

[H]

Halfwees

Kind waarvan één van de ouders is overleden.

 

Haalbaarheidstoets

Met de haalbaarheidstoets wil toezichthouder DNB meer inzicht krijgen in hoeverre het verwachte pensioenresultaat van een pensioenfonds aansluit bij de gewekte verwachtingen.

 

[I]

Indexatie

Verhoging van pensioenaanspraken volgens een bepaalde index. Soms ook ‘toeslag’ genoemd, of ‘pensioenverhoging’. Dat kan een vast percentage zijn, maar het percentage kan ook overeenkomen met het loonindexcijfer. Het doel van indexatie is het min of meer waardevast houden van pensioenaanspraken en -uitkeringen.

 

Inflatie

Waardevermindering van geld waardoor je koopkracht afneemt. Bij pensionering staat vast welk bedrag een gepensioneerde aan inkomen tot aan zijn of haar overlijden gaat ontvangen. Om het pensioen waardevast te houden kan een pensioenfonds jaarlijks besluiten de pensioenen van gepensioneerden met het inflatiecijfer te verhogen (zie toeslagverlening).

 

[J]

Jaarruimte

Dit begrip doelt op een bedrag dat je kunt gebruiken als aftrekbare premie voor een lijfrenteverzekering. Als je je AOW-leeftijd nog niet hebt bereikt en een aantoonbaar pensioengat hebt, kun je gebruik maken van de geboden jaarruimte.

 

[K]

Klachten- en geschillenregeling

De Stichting Metro Pensioenfonds heeft een klachten- en geschillenregeling. Bij klachten en/of geschillen maak je hier gebruik van. Als de uitkomst van de procedure niet tot het gewenste resultaat leidt, kun je in beroep gaan bij de Ombudsman Pensioenen.

 

[L]

Lijfrente

Periodieke uitkering uit een specifieke soort levensverzekering: de lijfrenteverzekering. De reeks uitkeringen wordt tijdelijk of levenslang aan de verzekerde betaald zolang deze in leven is. De uitkering is dus zogezegd gebonden aan 'het lijf' van de verzekerde.

 

Lijfrentepolis

Een privé gesloten levensverzekering die na een vooraf bepaalde datum een lijfrente uitkeert. De verzekering wordt vaak gesloten als een aanvulling op het pensioen via de werkgever. De premie kan binnen bepaalde grenzen worden afgetrokken van het belastbaar inkomen. In de belastingwetgeving per 2001 zijn deze grenzen aangepast. Zie ook jaarruimte.

 

Om hiervan gebruik te kunnen maken, moet de lijfrentepolis wel aan een aantal vormvoorschriften voldoen.

 

[N]

Nabestaande

De echtgenoot of partner van de overleden deelnemer aan een pensioenregeling. Kinderen worden in de pensioenterminologie niet gezien als ‘nabestaanden’. Zij vallen onder de noemer ‘wezen’.

 

Nabestaandenpensioen

Zie partnerpensioen.

 

[O]

Obligatie

Schuldbrief die recht geeft op een vaste rente en op terugbetaling van de ingelegde som geld. Overheden en bedrijven geven obligaties uit. Pensioenfondsen beleggen veel in obligaties; je pensioenfonds ook.

 

Ombudsman Pensioenen

Wie een klacht heeft over een pensioenuitvoerder, kan terecht bij de Ombudsman Pensioenen. Dit is een onafhankelijke instantie; het voorleggen van een klacht is gratis. De pensioenuitvoerder hoeft het door de Ombudsman Pensioenen uitgebrachte advies niet uit te voeren, maar doet dat in de praktijk vrijwel altijd. De Ombudsman Pensioenen neemt alleen klachten en geschillen in behandeling die al door de Klachten- en geschillenregeling van het Pensioenfonds zijn behandeld.

 

Ondernemingspensioenfonds

Pensioenfonds dat is verbonden aan één bepaalde onderneming. Metro Pensioenfonds bijvoorbeeld.

 

Opbouwpercentage

Het percentage dat je elk jaar bij Metro Pensioenfonds aan pensioen opbouwt. Dit is 1,75% van je pensioengrondslag in een bepaald jaar.

 

Ouderdomspensioen

Pensioenuitkering die je ontvangt vanaf je 68ste. De uitkering duurt zolang je leeft. Je kunt je ouderdomspensioen overigens ook eerder of later laten ingaan. Op zijn vroegst kun je het pensioen 10 jaar voor de AOW-leeftijd laten ingaan. Je kunt je ouderdomspensioen uiterlijk 5 jaar na het bereiken van je AOW-leeftijd laten ingaan. Eerder of later stoppen met werken kan alleen na overleg met je werkgever.

 

Wanneer je overlijdt, wordt het ouderdomspensioen gedeeltelijk (ongeveer 70%) doorbetaald aan je partner, onder de voorwaarden dat je partnerpensioen hebt opgebouwd en dit niet hebt uitgeruild in ouderdomspensioen.

 

 

[P]

Partnerpensioen

Pensioen dat wordt uitgekeerd aan de echtgenoot of partner van de deelnemer wanneer die komt te overlijden. De (periodieke) uitkering loopt zolang de partner leeft. Het is meestal een deel (ongeveer 70%) van het ouderdomspensioen waarop de deelnemer aanspraak zou maken. Als de deelnemer na zijn of haar pensionering overlijdt, dan ontvangt de partner meestal ongeveer 70% van het levenslang ouderdomspensioen.

 

Pensioen 1-2-3

Pensioen 1-2-3 legt in drie lagen de kenmerken van een pensioenregeling uit.

 

Pensioenbreuk

Een tekort in de pensioenopbouw dat kan ontstaan bij verandering van werkgever. Je kunt je (elders) opgebouwde pensioen meenemen naar het Pensioenfonds of - als je Makro verlaat - naar de pensioenuitvoerder (pensioenfonds of pensioenverzekeraar) van je nieuwe werkgever. Dit heet waardeoverdracht.

 

Pensioendatum

De ingangsdatum van het ouderdomspensioen. Dit is standaard de eerste dag van de maand dat je 68 wordt. Meestal is je pensioendatum gelijk aan je AOW-leeftijd omdat dan ook je arbeidsovereenkomst eindigt. Je kunt je pensioen echter ook eerder of later laten ingaan. Zie onder Ouderdomspensioen.

 

Pensioenfonds

Fonds dat afhankelijk van onderneming (ondernemingspensioenfonds) of bedrijfstak (bedrijfstakpensioenfonds) de pensioenaanspraken van de deelnemers beheert. Ook verzekeringsmaatschappijen kunnen deze aanspraken beheren. Stichting Metro Pensioenfonds is je pensioenfonds.

 

Pensioengat

Tekort aan pensioen dat op verschillende manieren kan ontstaan. Mogelijke oorzaken: verandering van werkgever, pensioendeling door echtscheiding, individualisering van de AOW/WIA. Zie ook pensioenbreuk.

 

Pensioengerechtigden

Personen die recht kunnen hebben op een pensioenuitkering.

 

Pensioengevend salaris

Het pensioengevend salaris is dat gedeelte van je salaris dat meetelt voor je pensioen. Je pensioengevend salaris bij Makro bestaat uit:

• 12 x je vaste bruto maandsalaris

• Vakantiegeld

• Vaste werkvenster toeslag II en IV

 

Over de pensioengrondslag - het pensioengevend salaris minus de franchise – bouw je bij Makro pensioen op.

 

Pensioengrondslag

Het pensioengevend salaris minus de franchise.

 

Pensioenopgave

Opgave van de opgebouwde pensioenbedragen - de pensioenaanspraken - die elke deelnemer aan de pensioenregeling jaarlijks ontvangt. Zie ook UPO.

 

Pensioenpremie

Bedrag dat wordt betaald voor de financiering van de pensioenregeling. Als een medewerker meebetaalt aan een pensioenregeling, wordt dat de eigen (of werknemers-) bijdrage genoemd. Bij het bepalen van de pensioenpremie krijgt het Pensioenfonds advies van een actuaris.

 

Pensioenreglement

In het Pensioenreglement staan al je rechten en plichten die met je pensioenregeling te maken hebben.

 

Pensioenregister

Het pensioenregister, beter bekend als Mijnpensioenoverzicht.nl maakt het voor elke Nederlandse burger mogelijk om een overzicht te krijgen van de door hem of haar opgebouwde en op te bouwen pensioenaanspraken bij pensioenfondsen en pensioenverzekeraars én zijn of haar opgebouwde AOW-rechten.

 

Pensioentoezegging

Toezegging van de werkgever aan de medewerker van pensioen bij ouderdom, invaliditeit en overlijden.

 

Pensioenuitvoerder

Dit zijn pensioenfondsen (ondernemingspensioenfondsen - zoals Stichting Metro Pensioenfonds - en bedrijfstakpensioenfondsen) én de verzekeraars die een pensioenregeling uitvoeren.

 

Pensioenvergelijker

Met de Pensioenvergelijker kun je (twee) verschillende pensioenregelingen met elkaar vergelijken. Als je van werkgever verandert kan de Pensioenvergelijker houvast bij het maken van de keuze wel of geen waardeoverdracht. De Pensioenvergelijker van Metro Pensioenfonds kun je bereiken via laag 1 van de Pensioen 1-2-3 en via de downloads op deze site.

 

Premievrij pensioen

Hiermee wordt over het algemeen gedoeld op een door de werkgever aan de werknemer toegekend pensioen dat geheel voor rekening van de werkgever komt. Er is dan geen sprake van een eigen bijdrage.

 

Premievrije pensioenaanspraak

Pensioenaanspraak waarvoor geen premie meer verschuldigd is. Het pensioen wordt meestal premievrij bij ontslag, na overlijden en bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Er wordt dan niet langer jaarlijks pensioen opgebouwd. Ook een gewone deelnemer kan overigens premievrije aanspraken uit het verleden hebben. Bij arbeidsongeschiktheid hoeft over het arbeidsongeschikte deel geen premie betaald te worden, terwijl de opbouw van pensioen over dat deel wel gewoon doorgaat.

 

Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid

Als je (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt bent, ontvang je de eerste 24 maanden gewoon salaris van Metro. Na deze periode kom je mogelijk in aanmerking voor een uitkering volgens de WIA. Voor het deel dat je arbeidsongeschikt bent, blijft je pensioenopbouw gewoon doorlopen. Het Pensioenfonds neemt hiervoor alle kosten voor zijn rekening. Je bent dus vrijgesteld van premiebetaling.

 

Pensioenwet

In de Pensioenwet is regelgeving vastgelegd voor de pensioenfondsen en verzekeraars ('pensioenuitvoerders') en voor werkgevers met een pensioenregeling. De werkgever heeft door de nieuwe wet vooral te maken met nieuwe eisen voor pensioencommunicatie. De Pensioenwet wordt regelmatig door de overheid aangepast.

 

[R]

Rendement

Het resultaat van beleggingen. Rendementen kunnen zowel positief als negatief zijn.

 

Renterisico

Renterisico is het risico dat door rentedaling de dekkingsgraad kan dalen, omdat de bezittingen van het pensioenfonds dan minder hard toenemen dan de voorziening pensioenverplichtingen. Door gemiddeld 60% van dit renterisico af te dekken heeft het pensioenfonds minder last van rentedaling. Daarentegen profiteert het minder van rentestijging. Het resultaat is een stabielere dekkingsgraad.

 

Risicohouding

De risicohouding van een pensioenfonds bepaalt hoeveel risico het bestuur kan en wil nemen zonder dat de doelstellingen van het pensioenfonds in gevaar komen.

 

[S]

 

 

[T]

Toeslagverlening (indexatie)

Het jaarlijks verhogen van je opgebouwde pensioen gebeurt op basis van de stijging van de prijzen. Hierbij geldt de Afgeleide consumentenprijsindex (CPI afgeleid) voor alle bestedingen, over de laatst verstreken periode van oktober tot oktober. Hoewel Makro streeft naar een volledige indexatie (toeslag) op basis van de prijsstijgingen is de toeslag op de pensioenen voorwaardelijk. Het is dus geen vanzelfsprekendheid. Elk jaar beslist het bestuur of - en zo ja: in welke mate - de pensioenen worden aangepast. Als over een kalenderjaar wordt geïndexeerd, gebeurt dat altijd per 1 januari.

 

[U]

UPO

Uniform Pensioenoverzicht. Sinds 1 januari 2008 is elke pensioenuitvoerder verplicht het UPO te verstrekken aan zijn deelnemers. Het UPO van alle pensioenuitvoerders ziet er inhoudelijk hetzelfde uit.

 

Uitkeringsovereenkomst

Geeft het karakter aan van de pensioenovereenkomst. Bij een uitkeringsovereenkomst kan de deelnemer na pensionering rekenen op een maandelijkse pensioenuitkering. De middelloonregeling bij Makro is een uitkeringsovereenkomst.

 

Uitruil

De mogelijkheid om de aanspraak op partnerpensioen om te zetten in een aanspraak op (extra) ouderdomspensioen. Deze keuze maak je vlak vóór je pensionering. Als je dan geen partner hebt, is het raadzaam hiervoor te kiezen. Je ouderdomspensioen wordt dan hoger.

 

Uitvoeringsovereenkomst

Per 1 januari 2008 heeft elk pensioenfonds een uitvoeringsovereenkomst met de deelnemer. Deze overeenkomst is een document met afspraken tussen de werkgever en de pensioenuitvoerder.

 

[V]

 

 

[W]

WIA

De wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. Is sinds 29 december 2005 de opvolger van de WAO. Deze wet kijkt - in tegenstelling tot de WAO - niet naar wat werknemers niet meer kunnen, maar naar waar zij nog wel toe in staat zijn.

 

Waardeoverdracht

Bij waardeoverdracht wordt het pensioen dat je bij je vorige pensioenuitvoerder hebt opgebouwd, overgeheveld naar je nieuwe pensioenuitvoerder. Je leest hier meer over in onze Pensioen 1-2-3.

 

Waardevast

Als de indexatie jaarlijks gelijk is aan het percentage van de verhoging, is je pensioen waardevast. De koopkracht van je pensioen blijft op die manier gelijk.

 

Werkgeversbijdrage

Het deel van de pensioenkosten dat voor rekening komt van de werkgever.

 

Werknemersbijdrage

Zie eigen bijdrage.

 

Wezenpensioen

Als je overlijdt terwijl je bij Makro in dienst bent, heeft (hebben) je kind(eren) recht op een wezenpensioen. Je kind(eren) ontvangt (ontvangen) het wezenpensioen tot hun 18de verjaardag. Kinderen die voltijds studeren (en studiefinanciering ontvangen) of gehandicapt zijn, ontvangen tot hun 27ste een wezenpensioen. Dit wezenpensioen bedraagt per kind 20% van het partnerpensioen. Volle wezen - kinderen waarvan beide ouders zijn overleden - kunnen rekenen op het dubbele.